Je weet maar nooit
Stond ik ineens in Utrecht. Centraal station en een wirwar van mensen. Samen met mijn moeder. We struinen wat rond, op zoek naar een pinautomaat. Representatievelijk maag én portomennee zijn leeg. Een pinautomaat dus. Een zwerver staat voor een eterij wat te staren. Kijk niet naar me, wil ik zeggen. Doelgericht lopen we door Hoog Catherijne, maar geen pinautomaat te vinden. Het is druk. Een jongeman in een hiphoppers uitfit passeert een meisje in dezelfde soort kleding. Hun blikken kruisen. Contact is gelegd. Zouden ze elkaar ooit nog weer zien? Ze lopen beide een andere kant op. Een misluke poging van een student om aan een beurt te komen. Een grijzende man, loopt ietwat moelijk, vraagt naar de trein richting Den Bosch. Mijn mam wijst naar het bord. De man excuseert zich en pakt zijn telefoon. De trein was gemist.
Buiten Hoogh Catherijne regent het. Hard. Met mijn moeder sta ik onder een afdankje. Samen met de hiphopper, mp3 speler op zijn kop, en een bejaard stel. Ze wisselen wat woorden. Het stel. Ze gaan naar het theater, vanavond, en weten niet waar ze willen eten. Ik hoor mijn maag. Een auto raast voorbij. Een rode. Mijn mam en ik zwijgen. In de verte rommelt er iets (nee, niet mijn maag). Het begint harder te regenen. De jongen pakt zijn mobieltje. Een dure. Hij belt. Of iemand hem op kan komen halen. Het regent te hard om te fietsen. Vind hij.
Ik voel me eenzaam, waar iedereen een eigen verhaal heeft, is het mijne nogal leeg. De stilte, maar ook het gesmoes van het echtpaar benauwd me. Zodra de regen minder wordt kijk ik mijn mam aan, en lopen we verder. We loeren naar binnen bij een eethuis. Of het druk is. Maar het is overal druk. Er zit een meisje, jong meisje, met een jongen. Ze zullen minstens 10 jaar schelen. Het is een stel. Begin pubertijd en denkend dat ze al heel wat is. Iets jonger dan mij? Ik gok dat ze zestien was. Haar vriend minstens 26 en regelt alles voor haar. We lopen naar binnen en gaan zitten. Donkerhouten stoelen, een muffe sfeer, typisch eethuisje. Als wij gaan zitten aan het lege tafeltje bij het raam, staan de jongen en het meisje op om weg te gaan. Ze is zwanger.
Buiten zie ik ze lopen. En de hiphopper. Mp3 speler weer op zijn hoofd. Hij zal wel niet opgehaald kunnen worden. Hij passeert het meisje en haar vriend. Ze kijken elkaar aan. Een blik van herkenning. Misschien kennen ze elkaar. Misschien is het haar ex-vriend. Misschien is het haar broer. Misschien wordt het haar toekomstige vriend zodra de baby er is en ze alleen gelaten word. Je weet maar nooit…
You wanna make a memory (8)
xx Sofie
Missen
Toen ik dacht je daarstraks te hebben gezien in de bus wist ik dat ik je wilde bellen. Maar je was het niet, en dus kan ik je niet bellen. Dus schrijf ik je al weer een brief om mijn excuses te maken. Zo blijf ik weinig daadkrachtig: Ik kan praktisch niets meer doen zonder dat het me spijt. Doorgaans omdat ik het gevoel heb je steeds te hebben teleurgesteld. Ik kan zelfs niet met waardigheid je ex zijn. Dat spijt me.
Mijn avonden zijn nog leger dan alle andere avonden. Ik mis je. Ik mis het gevoel onmisbaar en onvervangbaar te zijn. Ik mis de wereld die ik zo gemakkelijk kwijtraakte en niet meer terug kan krijgen. Ik mis dat gele pad waar ik zo vaak vanaf ging dat ik het niet meer terug kon vinden. En god wat doet het pijn dat ik weet dat ik er niks aan kan doen en het ook op geen enkele manier weer terug kan krijgen.
Dat gevoel zul jij niet meer kennen. Jij bent op een heel andere manier weggevlogen. Je kon je prima vermaken in het moment maar bleef toch ergens altijd tien stappen vooruit denken. Je zou een prima schaker zijn geweest. Je was een goed mens. Ook voor mij. Was.
Vanavond ben ik bang. Niet omdat ik vrees de nacht niet door te komen, maar omdat ik weet dat ik de nacht wél doorkom. En vooral omdat ik me besef dat ik iedere nacht in slaap kan vallen met jou in mijn hoofd maar nooit meer in slaap zal vallen met jou in mijn armen.
Nogmaals, rust zacht.